|
 |
   |
 |
Algemene
Sociale Vorming (ASV)
en Beroeps-Gerichte Vorming (BGV)
Algemene Sociale Vorming
bestaat uit de vakken levensbeschouwing (Rooms-Katholieke
Godsdienst, Islamitische Godsdienst, Niet-Confessionele
Zedenleer, Orthodoxe Godsdienst, Protestantse Godsdienst,
Israëlitische Godsdienst en Anglicaanse Godsdienst),
taal, rekenen, maatschappelijke vorming, lichamelijke
opvoeding en creatieve activiteiten (crea).
In het vierde en vijfde jaar wordt dit geïntegreerde
ASV (GASV) waarbij de vakken taal, rekenen en maatschappelijke
vorming één pakket vormen.
Voor het buitengewoon secundair onderwijs OV3 bestaan
geen voorgedrukte handboeken. Het programma daarentegen
bestaat uit ontwikkelingsdoelen die tegemoet komen
aan de individuele aanpak in het buitengewoon onderwijs.
De doelen hebben ook betrekking op het geheel van
de opleiding.
In de lessen ASV wordt meestal thematisch en / of
vakondersteunend gewerkt. Theoretische gedeelten
uit de beroepsgerichte vorming kunnen verder worden
uitgediept.
De vakken Beroepgerichte
Vorming (BGV) nemen het grootste
gedeelte van de lesuren (22u / week) in beslag.
Tijdens deze praktijklessen proberen wij de leerlingen
een maximum aan vaardigheden bij te brengen om de
mogelijkheid op tewerkstelling in de reguliere arbeidsmarkt
te garanderen. Observatiefase:
Om de leerling toe te laten voor het tweede jaar
een gefungeerde beroepskeuze te maken, hanteren
wij de volgende werkwijze.
Tijdens de praktijklessen worden de leerlingen in
contact gebracht met materialen, technieken en werksituaties
die eigen zijn aan elk van onze drie beroepskeuzes.
Door middel van pedagogische excursies komen de
leerlingen ook in contact met de reële werkomstandigheden:
bouwwerven, fabrieken, werkplaatsen, ...
Opleidingsfase:
Gedurende de twee jaar van de opleidingsfase worden
de leerling attitudes bijgebracht die voor elk beroep
onmisbaar zijn. Daarom worden de basistechnieken
ingeoefend om met voldoende bagage de kwalificatiejaren
aan te vatten. Kwalificatiefase:
Om uiteindelijk het kwalificatiegetuigschrift te
behalen, worden de leerlingen geconfronteerd met
de reële werksituatie, onder de vorm van een vijftiendaagse
stage in het vierde jaar en een dertigdaagse stage
in het vijfde jaar.
In het vijfde jaar doen de leerlingen een kwalificatieproef.
Wanneer een leerling slaagt in deze proef ontvangt
hij / zij een kwalificatiegetuigschrift, afgeleverd
door een kwalificatiecommissie.
|
|
|
|
   |
|
|
|
|